‘Door de emotie uit de dialoog te halen, maakten we slagen’

Gepubliceerd:

In de rubriek Masters of Mobility interviewt Mobility Reporter iedere maand een innovator op het gebied van mobiliteit: beslissers die mensen in hun organisatie anders naar mobiliteit willen laten kijken. Deze keer vertelt Miranda Koning, contractbeheerder Facilitair Bedrijf bij woningcorporatie Ymere én Mobiliteitsmanager van het jaar 2016 hoe zij succesvol een nieuw vervoersplan implementeerde.

 

Als er iemand de laatste tijd niet heeft stilgezeten, is het Miranda Koning (33) wel. Anderhalf jaar lang werkte ze met een projectteam keihard aan de ontwikkeling en implementatie van een nieuw mobiliteitsbeleid. Dat was nodig omdat na een reorganisatie in 2014 het mobiliteitsbeleid sleets was geworden. Het paste niet meer bij de nieuwe organisatie. De opdracht van de directie was dan ook duidelijk: ontwikkel een beleid dat behalve transparant en toekomstbestendig ook past bij het imago van Ymere. En dat lukte wonderwel, want anno 2016 ligt er niet alleen een breed gedragen vervoersplan, maar leverde het project Koning tot haar eigen verbazing ook de titel ‘Mobiliteitsmanager van het jaar 2016’ op. “Ja, dat was echt geweldig. De twee andere genomineerden hadden zulke mooie projecten. Ik dacht: ‘Dat kan ik nooit worden.’ Maar ik ben er ontzettend blij mee. Vooral omdat het een mooie erkenning van de branche is.”

 

Met een frisse blik kijken

Waarom zij wel en de andere twee niet? Volgens de jury vooral ‘omdat ze fris, energiek en transparant te werk ging bij het ontwikkelen van het nieuwe beleid’. Geen achterkamertjespolitiek, maar met open vizier het gesprek aangaan. Met medewerkers en directie en met maar één vraag in haar achterzak: Wat moet er gebeuren op mobiliteitsgebied als Ymere morgen opnieuw ingericht wordt? Koning: “Ik wilde met een frisse blik naar mobiliteit kijken en niet vanuit de bestaande situatie. Want vraag iemand met een leaseauto: ‘Hoe moeten we omgaan met mobiliteit?’ dan antwoordt hij direct: ‘Als jullie maar niet denken dat ik mijn leaserechten inlever’. Door te zeggen: het gaat niet over jouw specifieke arbeidsvoorwaarden, maar over het toekomstbestendig maken van ons gehele mobiliteitsbeleid, ontstonden er zelfs bij de grootste sceptici nieuwe inzichten.”

 

Nieuw mobiliteitsbeleid dat past bij Ymere

Het resulteerde uiteindelijk in een nieuw vervoersplan dat oktober 2015 live ging. Uitgangspunt voor dat plan was dat woon-werkverkeer voor iedereen gelijk moest zijn en dat mobiliteit ondersteunend aan de uitvoering van de functie is en geen incentive. En tenslotte, dat het past bij de maatschappelijke rol van Ymere. Koning: “Wij zorgen voor goede en betaalbare woningen voor mensen met een bescheiden inkomen. Dat is onze taak.  Dan geeft het geen pas om in een dure leaseauto aan te komen rijden. Ook vroegen we ons af: welke groep kan echt niet zonder bedrijfs- of leaseauto? Eigenlijk alleen die medewerker die én veel reist én veel klanten bezoekt. Dan wekt zo’n auto namelijk ook vertrouwen.’

 

Drie mobiliteitscategorieën

En dus werden als onderdeel van het plan de 900 Ymere-werknemers in drie mobiliteitscategorieën ingedeeld. Met in de eerste categorie alle personeelsleden die weinig zakelijke reisbewegingen maken, in groep twee de kilometervreters die veel klanten bezoeken en in groep drie de collega’s die wel veel reizen, maar geen klantcontact hebben.

De eerste groep kan, op aanvraag, gebruik maken van de pool beschikbare bedrijfsauto’s. De tweede groep moet vanwege hun functie altijd rijden in een Ymere pool- of bedrijfsauto, en de derde groep ging over op een maandelijks mobiliteitsbudget. Op maat gemaakt en gebaseerd op het gemiddeld aantal gereden kilometers.

 

Draagvlak creëren

90 procent van de organisatie was direct te porren voor het nieuwe beleid. Toch ontstond er, zeker bij de medewerkers die ooit een leaseauto hadden bedongen als arbeidsvoorwaarde maar nu buiten de boot vielen, ook onrust. Koning: “De één zei: ‘Wat een geweldig plan’, de ander: Sorry, ik heb mijn huidige arbeidsvoorwaarden en daar doe ik geen afstand van’. Sommigen overtuigden we met een passende compensatieregeling, anderen behielden uiteindelijk hun leaseregeling. En dat is ook prima, want beleid verplicht opleggen, daar geloof ik eerlijk gezegd niet in.”

Dat het allemaal zo goed heeft uitgepakt, komt volgens Koning vooral omdat iedereen zich gehoord voelde. Ze wil maar zeggen: het creëren van draagvlak is essentieel om zo’n project te laten slagen. Zelfs als je dat draagvlak soms op een wat onconventionele manier moet afdwingen. Koning: “Zo lieten we onze directieleden echt fysiek voor een scenario kiezen door deze op grote borden op te stellen in de hoeken van de kamer. Een simpel trucje dat zorgde voor veel meer interactie en dialoog dan wanneer iedereen keurig achter het bureau was blijven zitten.”

 

Vraag wat medewerkers en directie willen

Maar ook de werknemers voelden zich betrokken bij de ontwikkeling van het beleid. En daar is Koning eigenlijk nog het meest trots op. “Te vaak laten collega-mobiliteitsmanagers zich leiden door wat de markt te bieden heeft, maar vergeten ze te vragen wat de medewerkers en je directie willen. Maar juist door je organisatie en haar wensen tot in het diepste te kennen, zet je echte stappen.”

Nieuwsbriefbanner