mobilityreporter.nl maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Wil je meer informatie over cookies en hoe ze worden gebruikt, bekijk dan ons cookiebeleid. Klik op ‘accepteren’ om optimaal gebruik te maken van de website. Accepteren

Smart cars: van wiel naar file naar wifi

Gepubliceerd:

Matrixborden, sensoren in de weg, het is allemaal niet meer nodig en weggegooid geld. Alle technologieën om ongelukken en files te voorkomen zit nu al in auto’s. De toekomst is aan smart cars. Maak de weg vrij van technologie en vertrouw op systemen in auto’s die online met elkaar communiceren, stelt hoogleraar Carlo van de Weijer van TU Eindhoven. De toekomst is volgens hem aan ‘smart cars on stupid roads’.

Een OV-hater is hij zeker niet, hij is zelfs veelvuldig gebruiker, maar het is meteen duidelijk dat je bij Carlo van de Weijer niet moet aankomen met het verhaal dat de auto op zijn retour is. Dat er straks efficiënter en flexibeler vervoer mogelijk is. Onzin. Neem het vierbaans treinspoor tussen Utrecht en Amsterdam, met een interval van 3 minuten tussen twee treinen. Een even brede autoweg vervoert veel meer mensen tegen lagere kosten. Nu al, en over vijf jaar nog veel meer. Naarmate auto’s slimmer worden en data met elkaar uitwisselen, neemt het verkeersoponthoud af. En met schone, moderne en hopelijk op de langere termijn een duurzame brandstof zou ook het milieuvoordeel voor het OV weg kunnen vallen. Als we dan in polonaise achter elkaar rijden, is het niet eens meer nodig om zelf het stuur vast te houden. Dan komt de laptop op schoot en werken we wat mails weg. Het enige overgebleven probleem zou dan wel eens de ruimte zijn die auto’s innemen, vooral in stedelijke gebieden. Maar met slimme mobiliteitsdiensten als SnapCarr en Uber zijn ook daar nog verbeteringen te verwachten.

Versimpeld

Carlo van de Weijer is er niet vies van om zijn standpunten kracht bij te zetten. Dat standpunt is: de auto heeft en houdt de toekomst. Van de Weijer is Tesla-rijder, hoofd Smart Mobility aan de TU Eindhoven en daarnaast werkzaam bij TomTom. Als hij ziet wat er binnen een jaar of vijf mogelijk is, blijft er volgens hem maar één conclusie over. Mobiliteit wordt straks gedomineerd door ‘smart cars on stupid roads’, beweert hij. Slimme auto’s die precies weten waar ze zijn, waar ze naartoe moeten en wat er om hen heen gebeurt. Auto’s die het rijden veel efficiënter, veiliger en comfortabeler maken. Juist omdat die auto’s zo slim worden, mag de weg volgens hem veel dommer worden. Moet die weg zelfs veel dommer worden. Al die matrixborden, al die sensoren; ze zijn volgens hem straks niet meer nodig. De hele snelweg kan versimpeld worden. Alle noodzakelijke techniek bevindt zich in auto’s zelf. ‘Dat er nu nog wordt geïnvesteerd in dure wegkantsystemen, vind ik in veel gevallen onbegrijpelijk’, zegt hij. ‘Die techniek is vaak achterhaald en daarmee weggegooid geld.’

Het klinkt alsof de hele rijervaring gaat veranderen. Een slimme auto of smart car als werkplek, terwijl je rijdt door een landschap dat vrij is van toeters en bellen. Rust.

‘Nederland heeft een prachtige infrastructuur, met misschien wel de meeste elektronica per meter wegdek in de wereld. Per 300 meter hebben we matrixborden, relatief veel bewegwijzering, veel verlichting, veel borden als gevolg van variabele regels. Allemaal zaken die voor de auto van de toekomst niet heel erg nodig zijn. Maar ja, al die technologie wordt niet ineens uit de grond gehaald door de overheid.

Je moet de kalkoen natuurlijk niet zelf het Kerstdiner laten bepalen. Daarom is het interessant om te zien wat er gebeurt in ontwikkelingslanden, waar er gevestigde belangen zijn op de weg. In India is amper geïnvesteerd in bewegwijzering en daar gaan ze dat ook niet doen. Ze kunnen die stap overslaan. Waarom zou je nog borden willen als je auto of je smartphone je vertelt waar je naartoe moet? In Afrika gold ongeveer hetzelfde voor de mobiele telefoon. Het vaste net is daar nooit echt van de grond gekomen. De verspreiding van mobiele telefoons ging veel harder dan in ontwikkelde landen.’

Is er dan geen regisseur voor het verkeer nodig? In India en Afrika zijn ook minder verkeersregels dan in Nederland.


‘Toch wel; de wegbeheerder houdt altijd de verantwoordelijkheid voor wat er op de weg gebeurt. Maar verkeersregels zijn er primair om ongelukken te voorkomen en andere beleidsdoelstellingen te waarborgen. Dat is iets wat auto’s voor een steeds groter deel onderling kunnen regelen. In de laatste jaren is het aantal ongelukken met dodelijke afloop drastisch gedaald, vooral omdat auto’s veiliger worden. Daar krijgen we momenteel overigens weer “nieuwe” ongelukken voor terug: bestuurders die zijn afgeleid door hun smartphone of in slaap vallen: van de weg afraken, bermongelukken. Nieuwe in-car technologie biedt daar al oplossingen voor. Er is nu al techniek op de markt die bestuurders die afgeleid raken corrigeert, en over een paar jaar worden nog veel meer taken overgenomen als dat nodig is. Automatisch afstand houden, bijsturen, dat soort zaken. Daardoor wordt technologie in of naast de weg steeds minder relevant. Je maakt het bovendien nodeloos complex.’

Concurrentie: het systeem in de weg versus het systeem in de auto.


‘Je krijgt als bestuurder eerder een informatie-overload. Je moet niet alleen op het scherm in de auto kijken, je krijgt op de weg ook informatie opgedrongen. Dat leidt eigenlijk alleen maar af. Kijk hoe complex het verkeersmanagement de afgelopen jaren is geworden. De snelheid wisselt zo’n beetje om de 500 meter, we hebben variabele spitsstroken, allemaal complexiteit die niet meer te verantwoorden is door de geringe meerwaarde. Soms is het echter ook rechtstreekse concurrentie met de markt. Als er naast de weg reistijden worden gemeld, is dat slecht voor de business van anderen. Die leven daar namelijk van. En vroeg of laat is toch iedereen direct geïnformeerd.’

Hoe zou de openbare ruimte eruit kunnen zien als alle technologie uit de weg wordt gehaald?


‘Je zou het wegbeeld en daardoor de rijervaring veel rustiger kunnen maken. Geen moeilijke variabele regels, veel minder borden, geen portalen, geen rommel rondom de weg. Als je de weg dan nog een meter of zo laat afzinken, dan is de inbreuk die op de omgeving wordt gemaakt minder ingrijpend. Een zelfregulerend systeem van auto’s die met elkaar praten, is effectiever en prettiger voor het oog. Op die weg kunnen auto’s onderling veilig verkeer regelen. Door de weg dus open te stellen voor smart cars, wakkeren we de innovatie aan. De techniek in auto’s is er voor een belangrijk deel al, ik hoop op een zo snel mogelijke implementatie, desnoods geholpen door de overheid.’

Over

Carlo van de Weijer is Director Strategic Area Smart Mobility aan de Technische Universiteit Eindhoven en vice-president Traffic Solutions van TomTom.Van de Weijer studeerde in 1990 aan de TU/e af als werktuigbouwkundig ingenieur. Hij startte zijn carrière bij TNO Automotive in Delft, waar hij verantwoordelijk was voor het opzetten van een onderzoeksprogramma 'elektrische en hybride aandrijving'. In 1997 promoveerde hij aan de Technische Universiteit Graz. In 2001 stapte Van de Weijer over naar Siemens en zes jaar later naar Tom Tom. Van de Weijer is onder andere bestuurslid van de Federatie Holland Automotive, Connekt/ITS Nederland, de High Tech Automotive Campus en het innovatieprogramma High Tech Automotive Systems.

Nieuwsbriefbanner