Handig: zo krijg je je werknemers mee met je nieuwe mobiliteitsbeleid

Gepubliceerd:

Veel organisaties staan stil in hun mobiliteitsbeleid. Niet zozeer omdat ze mobiliteit niet wíllen vernieuwen, maar omdat ze zijn vastgeroest. Leaserijders zijn vaak verknocht aan hun leaseauto en staan daarom niet open voor alternatieven. Een leaseauto betekent namelijk onafhankelijkheid. Ze nemen files en parkeerproblematiek dan maar voor lief. Als organisatie kun je het beleid wel willen veranderen, de CO2 uitstoot willen beperken, het aantal stilstaande wagens willen terugbrengen, maar hoe krijg je een vastgeroeste organisatie op een andere manier in beweging?

Het veranderen van mobiliteitsbeleid begint met een sommetje

Het uitgangspunt is om een volledig overzicht te krijgen van het wagenpark: het aantal auto’s, van welk type ze zijn en het rijgedrag van de verschillende bestuurders. Aan de hand van die data kunnen er, eventueel met behulp van een consultant , realistische streefdoelen worden gesteld. Voorbeelden van streefdoelen zijn het het terugdringen van CO2 met een bepaald percentage, het halveren van het aantal vierkante meters op de parkeerplaats of het efficiënter maken van mobiliteit.

Niet vergeten: kijk ook naar het profiel van je bestuurders

Het realistisch in kaart brengen van de mobiliteit vergt echter meer dan inzicht in de kilometerstanden en automerken. De instelling en het profiel van de bestuurders is minstens zo belangrijk. Een veelgemaakte fout van wagenparkbeheerders is dat ze hier geen rekening mee houden. Per generatie verschilt de rol die mobiliteit in hun leven speelt. Mijn generatie bijvoorbeeld, ik ben 45, hecht veel waarde aan  de auto. Ik heb daar bepaalde emoties bij. Dit in tegenstelling tot generatie Y, die nu de arbeidsmarkt betreedt. Zij hechten veel meer waarde aan gebruik dan aan bezit en hoeven niet perse een auto. Daar kun je op inspelen.

Een voorwaarde voor het succesvol implementeren van een beleidsverandering, begint bij het in kaart brengen van het wagenpark én de bestuurders.

Begrip en beloning belangrijkste succesfactoren bij nieuw mobiliteitsbeleid

Een verandering wordt gedragen door begrip. Zonder begrip is ook een in theorie haalbaar plan gedoemd om in de praktijk te mislukken. Interne communicatiemiddelen zijn essentieel voor het begeleiden van de transitie. Zet daarom intranet en interne nieuwsbrieven in binnen het bedrijf om het mobiliteitsbeleid onder de aandacht te brengen. Natuurlijk door de doelstellingen bekend te maken, maar het kan veel creatiever.

Zo geeft ons e-driver programma bestuurders inzicht in hun rijstijl. Met die informatie krijgt de bestuurder zicht op zijn persoonlijke norm in rijgedrag. Door middel van campagnes kan deze norm opgeschoven worden. Aan bepaalde doelstellingen kunnen bijvoorbeeld bepaalde privileges worden verbonden. Of uitmuntende bestuurders kunnen tips geven aan anderen. Of ze winnen een slipcursus. En dat kan allemaal op het intranet en via de nieuwsbrief worden gerapporteerd.

Promoot het delen van lease-auto’s onderling

Inzicht alleen is vaak nog niet afdoende om draagvlak voor ingrijpende veranderingen in mobiliteitsbeleid te creëren. De bereidwilligheid om een trein te pakken in plaats van een auto moet vaak alsnog vanuit de tenen komen. Mensen zijn bang dat ze hun autonomie kwijtraken. Het is zaak om zoveel mogelijk te voorkomen dat het als een straf voelt omdat mobiliteit voor het gevoel van de leaserijder wordt ingeperkt.

Dat zie je al gebeuren op de Amsterdamse  Zuidas, waar veel leaserijders werken. De vierkante meters zijn duur terwijl sommige leaseauto’s een werkdag in de garage staan. In de mobiliteitsexperimenten, lenen collega’s die met het openbaar vervoer komen de auto’s van de leaserijder die hem overdag niet nodig heeft om naar klanten te gaan.

Om het uitlenen van de ‘eigen’ auto te promooten kan gedacht worden aan een bescheiden vergoeding voor elke gereden kilometer. De financiële prikkel is immers veelal een stimulans om bestuurders over te halen hun auto beschikbaar te stellen voor collega’s. Zij het een stimulans van korte duur.

Vergeet niet: de leaseauto is en blijft eigendom van het bedrijf

Maar laten we wel wezen: de auto is een bedrijfsmiddel. De leaseauto is een auto van de onderneming waarvan de leaserijder gebruik mag maken. En ja, die betaalt daarvoor fiscale bijtelling.

Vele  jaren geleden stond in elke autoregeling dat de leaseauto tijdens kantooruren ter beschikking stond van collega’s, voor zover het een zakelijke rit betrof. Waarschijnlijk door de economisch goede jaren is die zinsnede veelal verdwenen. Kortom: die zinsnede moet terug. Als er gereisd moet worden, doe dit dan met een auto die al voor handen is. De auto van de collega. Maak heldere afspraken en ja het kan, onverhoopt,  voorkomen dat de collega te laat terug is met jouw auto. Dan is er vast een collega in de buurt die jou even thuis wil afzetten.

Zo deed Capgemini het

Aan richtlijnen en regelgeving ontkom je niet. Maar dat hoeft geen ramp te zijn als er een haalbaar plan ligt dat past bij de leaserijders. Regelgeving en beleid kunnen dan juist het zetje in de rug zijn dat iemand nodig heeft om de aanpassing te maken. Probeer ‘omdat het moet’ om te vormen in ‘omdat ik het wil’. Dat kan op verschillende manieren.

Capgemini gebruikt bijvoorbeeld een bonus/malusregeling. Medewerkers ontvangen een bonus wanneer zij minder brandstof verbruiken dan de norm, minder duur tanken en minder privékilometers maken. Zij komen werknemers hierin tegemoet door alternatieve vervoersmiddelen te faciliteren, zoals een fiets, trein of een elektrische auto voor de kortere ritten.

Een mobiliteitsbudget of een flexibele leaseregeling al een behoorlijk verschil maken in de keuzes die een leaserijder maakt. Als er voldoende alternatieven zijn. De taak van de wagenparkbeheerder zit hem niet in de heropvoeding van berijders, maar in het motiveren en faciliteren om de doelstellingen samen te behalen.

Folkert Ruiter is Global Marketing Manager bij Athlon

Over

Folkert Ruiter is Global Marketing Manager bij Athlon. Hij studeerde ooit Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit en heeft zijn MBA afgerond bij Tias Nimbas. Voordat hij bij Athlon kwam werken is hij 16 jaar actief geweest als management consultant bij o.a. VODW, Accenture en BearingPoint. Oude brommertjes (Honda 4-Takt), een oude VW Kever en antieke boeken (ouder dan 1700) houden Folkert in zijn vrije tijd bezig.

Nieuwsbriefbanner