mobilityreporter.nl maakt gebruik van cookies, onder andere om de website te analyseren en het gebruiksgemak te vergroten. Wil je meer informatie over cookies en hoe ze worden gebruikt, bekijk dan ons cookiebeleid. Klik op ‘accepteren’ om optimaal gebruik te maken van de website. Accepteren

Masters of Mobility: Hoe Peter Lansink GVB groener maakt

Gepubliceerd:

In de rubriek Masters of Mobility interviewt Mobility Reporter iedere maand een innovator op het gebied van mobiliteit: beslissers die op een eigen manier mensen in hun organisatie anders naar mobiliteit laten kijken. Vandaag: Peter Lansink, wagenparkbeheerder bij GVB, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer in de hoofdstad.

Bij GVB verwacht je weinig wagens en veel ov: trams, bussen en metro’s. En dat klopt. Op het onderhoudsterrein in Diemen valt op hoe weinig auto’s er voor de deur staan. Ondanks het omvangrijke personeelsbestand, er werken ongeveer 3600 mensen bij het bedrijf, is het wagenpark gering. Van de 169 leasewagens, en nog een deel in eigen beheer, zijn slechts 10 auto’s voor privégebruik bestemd. Peter Lansink, bij GVB verantwoordelijk voor het wagenparkbeheer vindt het niet meer dan logisch: ‘als ov-bedrijf verwachten wij van onze mensen ook dat zij de auto zoveel mogelijk laten staan.’

Mobiliteitsbeleid

Het beleid van het bedrijf is erop gericht medewerkers uit de wagen en in het ov te krijgen. Zij krijgen een ov-kaart voor GVB of daarbuiten en verder kijken Lansink en zijn teams streng toe bij het gebruik van de auto. Naast de 10 privé auto’s zijn de andere auto’s uit het leasebestand uitsluitend bedoeld voor onderhoud, calamiteiten en algemeen afdelingsgebruik. Alleen bestuurders van trams en bussen krijgen een vergoeding voor het gebruik van de auto. ‘Zij moeten vroeg beginnen of eindigen laat en dan kan het niet anders. Maar de policy is dat mensen zoveel mogelijk hun woon-werkverkeer doen met het openbaar vervoer.’

Duurzaamheid

Het streven naar duurzaamheid is al langer ingezet. GVB maakte 10 jaar geleden een begin met de overstap op groene stroom voor de trams en metro’s. De gemeente Amsterdam is enig aandeelhouder en het door het stadhuis opgelegde milieubeleid is streng. Inmiddels rijden de stadsbussen volgens de strengste milieunormen, staan er tientallen laadpalen op de werklocaties en wordt continue gekeken waar het nog zuiniger of schoner kan. Vanaf 2018 worden ook de eerste elektrische bussen verwacht.

Elektrificering wagenpark

Sinds 2013 is het wagenpark stapsgewijs en met hulp van onder andere Athlon over aan het gaan op elektrisch. Kleine modellen met dito motor en laag verbruik. Op dit moment rijden er 15 elektrische wagens rond met het blauw-witte GVB logo, voornamelijk personenauto’s en kleine bestelbusjes, en nog eens 6 hybride auto’s voor privégebruik. De doelstelling van het bedrijf is om in 2019 in ieder geval 50 elektrische wagens te hebben staan. Die doelstelling wordt volgens Lansink met gemak gehaald en hij verwacht hier volgend jaar al overheen te schieten: ‘Het GVB is bij uitstek een bedrijf dat elektrisch kan rijden, hoewel het voor medewerkers soms nog wennen is met de actieradius en het laden rekening te houden.’

In de praktijk

Hoe bevalt de overgang naar elektrisch rijden op de werkvloer? Lansink: ‘Elektrisch rijden is anders, daar moet je mee leren omgaan, en dat maakt de mensen soms onzeker. Je kunt maar een beperkt aantal kilometers afleggen. Maar als je er eenmaal aan bent gewend en je weet dat je tijdig moet opladen, dan is er niets aan de hand’ Om de medewerkers te helpen geeft het vervoersbedrijf trainingen om energiezuinig te leren rijden, én zorgt het voor voldoende (snel)laadpalen op de verschillende locaties. In eerste instantie door het bedrijf zelf, maar ook weer met hulp van Athlon: ‘We hebben 6 hybride auto’s voor het management en om te voorkomen dat die alleen maar op benzine gaan rijden heb ik in overleg met Athlon nu geregeld dat zij thuis een laadpaal krijgen.’

Modellen

Een vervoersbedrijf zoals het GVB werkt natuurlijk niet vanaf één locatie; personeel is veel onderweg. Het wagenpark is hierop afgestemd en bestaat voor een groot deel uit bestelauto’s en busjes, van licht tot zwaarder. Die zijn onder lease en volledig ingericht. Lansink: ‘We hebben 50 personenauto’s voor deelgebruik, maar het grootste deel van ons wagenpark zijn onderhoudswagens met alles erin wat de mensen nodig hebben, inclusief de inrichting zodat het werk zo gemakkelijk mogelijk wordt gemaakt’. Lansink zorgt er als beheerder voor dat de vervoersafhandeling per afdeling optimaal is: ‘We hebben naast de vaste wagens 11 pool-auto’s klaar staan mocht een afdeling een tekort hebben.’

Éénmerkenbeleid

Het Amsterdamse bedrijf heeft een duidelijk merkenbeleid. Vanwege de uitstraling, de inwisselbaarheid van de modellen en het daarbij komende onderhoud is de keuze voor 1 of 2 vaste merken een logische keuze: ‘Volkswagens is ons voorkeursmerk, vooral de elektrische Volkswagen Up voldoet goed aan wat wij vragen. Alleen heeft Volkswagen geen elektrische bestelauto’s en moesten we voor die modellen uitwijken naar Nissan, de Nissan NV-200.’

Kosten

En de lifecyclekosten, liggen die niet veel hoger? ‘In de aanschaf zijn elektrische wagens wat duurder, gemiddeld zo’n 10%. Maar als de wagens na enkele jaren weer worden ingeleverd dan zijn de kosten niet veel hoger dan bij een gewone benzineauto.’ Verder heeft het bedrijf eigen zonnepanelen op de daken die voldoende stroom opleveren om het verbruik van alle auto’s te compenseren. Een bijkomend voordeel is dat de elektrische wagens van GVB volledig co-2 neutraal rijden. Lansink: ‘We hebben de schoonste auto’s die je kunt krijgen.’

Nieuwsbriefbanner