Zo zet de fabriekswaarde je op het verkeerde been

Gepubliceerd:

Steeds meer werkgevers merken op dat het daadwerkelijk brandstofverbruik van hun wagenpark sterk afwijkt van het door de fabrikant opgegeven verbruik. En dat heeft grote gevolgen voor de kosten van je wagenpark, aldus Paul Bouwmeester die sterk aanraadt om – zeker bij zuinige auto’s- uit te gaan van het werkelijke verbruik.

Auto’s zijn de afgelopen jaren stukken zuiniger geworden, zowel op papier als in de praktijk. De afwijking van alle auto’s in werkelijk praktijkverbruik ten opzichte van de fabrieksnorm is sinds 2008 echter flink gestegen, met name in de categorie zuinige auto’s.

Extra effect 14 procent bijtellingsauto’s

Door de fiscale stimulans (14 en 20 procent bijtelling) van zeer zuinige auto’s zijn deze modellen erg populair. Helaas geldt ook voor deze modellen dat het werkelijk verbruik ten opzichte van de fabrieksnorm veel meer afwijkt dan bij ‘normale’ auto’s. Het gaat om ruim 17 procent extra afwijking vergeleken met leaseauto’s uit andere bijtellingsklassen. Voor de toptien meest bestelde auto’s zie je een gemiddelde afwijking van zelfs 57 procent. Betrek je dat op een gemiddeld wagenpark dat zo’n 40.000 kilometer per jaar rijdt, dan betekent dat dat je in de praktijk eigenlijk 630 liter per auto per jaar meer fossiele brandstof nodig hebt dan je eerste instantie dacht.

De leasenorm voor berijders

Het merendeel van de werkgevers heeft de brandstofcomponent meegenomen in de leasenorm voor haar berijders. Dit is slim, omdat medewerkers hiermee gestimuleerd worden een zuinige auto te kiezen, immers hoe minder brandstofkosten, hoe meer ‘auto’. Bedrijven die een leasenorm hebben exclusief brandstofkosten, proberen vaak door een Co2 plafond of een grens aan energielabels te sturen op zuinige en duurzame keuzes door hun medewerkers.

Het gemeenschappelijk probleem van al deze methodieken is dat ze allemaal uitgaan van de (te rooskleurige) fabrieksopgave. De maatregelen zijn door de hierboven aangegeven grote afwijking in werkelijke prestaties beperkt of mogelijk zelfs contraproductief. Bedrijven ‘sturen op Co2’ dus op fabrieksopgave, maar rapporteren de Co2 footprint uiteindelijk op basis van het aantal werkelijk getankte liters.

Met de komst van de op papier zeer schone en duurzame auto’s is het dus zeer belangrijk rekening te houden met deze extra brandstofkosten door voor de leasenorm uit te gaan van een realistisch brandstofverbruik. Dat stimuleert de medewerkers om een daadwerkelijk zuinige auto te kiezen en dat scheelt je aan het einde van de streep een hoop onvoorziene kosten en Co2 uitstoot!

Over de auteur: 
Paul Bouwmeester is expert op het gebied van Fleet & Mobiliteitsmanagement. Als Mobility Consultant bij Athlon geeft hij organisaties advies om hun mobiliteitsbeleid duurzamer en goedkoper in te richten, zonder afbreuk te doen aan de praktische behoeften van de leaserijder, de HR-manager en de wagenparkbeheerder.

Nieuwsbriefbanner