‘Die paar collega’s die anders willen reizen, daarmee win je de oorlog niet’

Gepubliceerd:

‘Als organisatie weten we onvoldoende over het voetlicht te krijgen dat mensen andere vormen van mobiliteit kunnen gebruiken.’ Deel 1 in een vierluik over nieuwe vormen van mobiliteit: hoe creëert Kiwa een structurele verandering in mobiliteit?

De uitdagingen bij certificeringsbedrijf Kiwa zijn in beginsel niet anders dan die van menig organisatie met tientallen auto’s op de weg. Het terugdringen van het aantal gereden kilometers, het efficiënter inzetten van de beschikbare voertuigen en het fors omlaag brengen van de immense verkeers- en parkeerdrukte bij het kantoor in Rijswijk. Formeler gezegd: de total cost of mobility moet omlaag. En: de CO2-footprint van het bedrijf moet worden verkleind.

IMG_0106

Gemma Delsing van Kiwa

Simpel gezegd. Moeilijker gedaan, weet Gemma Delsing. Zij is als director human resource management onder meer verantwoordelijk voor het terugdringen van de mobiliteitskosten en het vergroten van het ‘mobiliteitsrendement’. Grootste uitdaging: ervoor zorgen dat medewerkers anders naar mobiliteit kijken. Wat minder vriendelijk gezegd: dat medewerkers hun vervoersmiddel gemiddeld genomen minder als secundaire arbeidsvoorwaarde zien. Lees: als statussymbool.

Gewend aan auto

‘De auto zit in ons systeem’, stelt Gemma Delsing vast. Niet op basis van gut feeling. Maar op basis van harde feiten. Gemma liet een nulmeting uitvoeren. Wat kost mobiliteit voor Kiwa, in geld, in kilometers, in type auto, in CO2-uitstoot? Dat leverde concrete getallen op. Maar ook inzichten. In hoe medewerkers kijken naar ‘hun’ mobiliteit. ‘Onze mensen zijn hun auto. Het is een vanzelfsprekendheid. Er zijn wel alternatieven, maar daar wordt minder gebruik van gemaakt dan zou kunnen. Als organisatie weten we onvoldoende over het voetlicht te krijgen dat mensen andere vormen van mobiliteit kunnen gebruiken.’

Het wél over het voetlicht krijgen van de mogelijkheden (en voordelen!) van andere oplossingen voor mobiliteit, is zo’n beetje de missie van Gemma geworden. ‘Het is makkelijk te zeggen dat je, kijkend naar harde feiten over kosten en rendement, mobiliteit anders moet benaderen. Maar hoe dan? Waar begin je?’ Gemma wilde niet op basis van meningen en ‘gevoel’ beleid aanpassen, maar op basis van inzichten. Dus behalve de nulmeting, organiseerde ze een uitgebreide enquête onder collega’s. Om erachter te komen hoe zij naar de materie kijken. En om een begin te maken met het creëren van draagvlak voor verandering te.

Keuzes zijn financieel gedreven

‘Naar aanleiding van de uitkomsten hebben we collega’s uit alle geledingen van ons bedrijf bij elkaar gebracht in een werkgroep. Met de mobiliteitsadviseurs van Athlon Mobility Consultancy, die ook de nulmeting voor ons uitvoerden, zijn we vervolgens een workshoptraject in gegaan. Doel: tot ideeën komen over wat Kiwa absoluut moet doen bij een veranderend mobiliteitsbeleid. In die fase zitten we nu. Volgende stap: van idee naar beleid.

Opvallende bevinding tot nu toe: ‘De leaseauto is altijd statussymbool geweest. Dat is nu wel minder. Mensen maken steeds vaker andere keuzes. Een kleinere auto, een op papier zuinigere auto. Dus er is wel aandacht voor milieu, al zijn deze keuzes vooralsnog overwegend financieel gedreven, denk aan een lagere bijtelling. Feit is in ieder geval dat mensen inmiddels wel vaker nadenken. Dat is positief.’ Andere keuzes leiden dus tot ander gedrag. ‘Het type auto wordt minder belangrijk.’

Andere keuzes

Het begin is er, maar anders denken over mobiliteit is nog niet volledig doorgedrongen in het DNA van het bedrijf. ‘De auto blijft vooralsnog het belangrijkste vervoermiddel. Onze mensen moeten van de ene naar de andere kant van het land reizen, het openbaar vervoer kost ze meer tijd, ze komen ook op industrieterreinen met een minder goede ontsluiting en ze moeten meetapparatuur meenemen. Uit de enquête blijkt dat onze mensen eigenlijk niet echt bereid zijn de auto te laten staan. Zij kunnen of willen geen gebruik maken van alternatieve vervoermiddelen. En die paar die daartoe wel bereid zijn, daar win je de oorlog niet mee. Comfort en reistijd vinden mensen nog altijd het belangrijkste. En dus is hun auto ze vaak heilig, al is dat dan wel steeds vaker een zuiniger type.’

In beginsel zijn Kiwa-medewerkers volgens Gemma Delsing best bereid om andere keuzes te maken. ‘Wij zouden daar als Kiwa meer op moeten inspringen en dat optimaler kunnen benutten door alternatieve mobiliteitsoplossingen te structureren en vanuit de organisatie te stimuleren. De beste vorm van mobiliteit is geen mobiliteit. Oftewel: zo weinig mogelijk kilometers maken. Dat betekent bijvoorbeeld anders plannen, als organisatie, maar ook individueel. Afspraken die bij elkaar in de buurt zijn, kun je achter elkaar op dezelfde dag plannen. Of denk aan een tool op intranet, waarmee je kunt zien welke collega wanneer en waar aan het werk is. Dan zijn er misschien wel carpoolafspraken te maken. Maar het betekent ook: meer thuiswerken.’

‘Een kwart van onze mensen werkt intussen minimaal een dag in de week thuis. En uit de enquête blijkt dat de behoefte aan thuis werken nog groter is. Maar dan moeten we dat als organisatie wel normaal vinden. En hen er beter in faciliteren. Want, de grootste winst zit hem in het minder reizen. Dus samen reizen, thuiswerken, anders plannen, auto delen, videoconferencing, et cetera. Om zo hopelijk de total cost of mobility, de CO2 footprint en de parkeerdrukte bij ons kantoor in Rijswijk terug te dringen.’

     (Dit artikel is in februari 2015 in een andere vorm verschenen in Rethinking Mobility, een uitgave van Athlon).

Lees ook deel 2 uit dit vierluik: Met deze 8 besparingsmaatregelen won TBI 15 procent

 

Nieuwsbriefbanner